Onderzoekprogramma's
Achtergrond
Het klimaat op aarde verandert continu een klein beetje. In het verleden zijn er perioden geweest waarin het veel kouder of juist warmer en vochtiger was dan nu. Ook in het 'recente' verleden: in de middeleeuwen was het wat warmer en van het jaar 1400 tot 1800 was er juist een daling in de gemiddelde temperatuur op aarde (de kleine ijstijd). Het was toen kouder en de koude winterse periode duurde langer en de zomer duurde korter. Sinds 1850 stijgt de temperatuur weer geleidelijk.
Vanaf 1900 is het klimaat wereldwijd ongeveer 0,6° Celsius opgewarmd. Het overgrote deel hiervan hangt samen met de invloed van menselijke activiteiten zoals het gebruik van fossiele brandstoffen. Maatregelen ter beperking van de uitstoot van broeikasgassen worden geïnitieerd in internationaal verband. Echter in verband met de inherente traagheid van het systeem aarde wordt, ook ingeval van radicale beperking van emissies, een aanzienlijke verandering van het klimaat onvermijdelijk geacht.
Nederlandse overheden en bedrijven zullen hun beslissingen voor de lange termijn moeten afstemmen op de gevolgen van klimaatverandering. Beslissers moeten weten welke effecten waar zullen optreden en hoe waarschijnlijk die effecten zullen zijn. Wetenschappers hebben kennis over klimaatverandering, de effecten ervan en de manieren waarop organisaties daarmee om kunnen gaan. Beslissers hebben ervaring met het maken van uitvoerbare en haalbare strategieën en hebben van daar uit zowel behoefte aan toegesneden wetenschappelijke kennis als kennis over de uitvoeringspraktijk van beleid.
Klimaatverandering en de rol van menselijk handelen daarin bereikte eind jaren 80 van de vorige eeuw in korte tijd de internationale top van de internationale agenda. Inmiddels zijn er in internationale context afspraken gemaakt en in ontwikkeling met betrekking tot emissiebeperking. Vanwege na-ijlende werking van het klimaatsysteem is echter óók bij succesvolle emissiebeperking een aanzienlijke mate van klimaatverandering onvermijdelijk. Juist voor een dichtbevolkte en voor de effecten van klimaatverandering kwetsbaar land als Nederland, is het daarom belangrijk om zich tijdig aan te passen aan de effecten van klimaatverandering. Er zijn drie belangrijke redenen waarom tijdig investeren in adaptatie maatregelen voor Nederland van belang is (zie Conferentie 2005 en Nationaal Programma Adaptatie Ruimte en Klimaat):
-
Om te vermijden dat de schade door klimaatverandering ongecontroleerd groot wordt
-
Ter verhoging van het rendement van investeringen in ruimtegebruik en infrastructuur
-
Vanwege het maatschappelijk belang van innovatieve en aantrekkelijke oplossingen
Volgens schattingen zal de gemiddelde temperatuur op aarde de komende honderd jaar stijgen met 1,1 tot 6,4 graden Celcius. De gevolgen van een temperatuurstijging van meer dan twee graden zijn enorm en worden als onaanvaardbaar beschouwd. De wereldwijde gevolgen van temperatuurstijging zijn volgens eerdere onderzoeken:
-
Verdere stijging van de zeespiegel door het afsmelten van gletsjers en andere ijsmassa's. Het aantal overstromingen in laaggelegen gebieden zal toenemen
-
Opschuiven van klimaatzones en daarmee veranderen van ecosystemen. Mogelijk ontstaan er meer bosbranden, sterft koraal af, ontdooit permafrost en worden de woestijnen groter (verwoestijning)
-
Veranderingen in de waterkringloop. Zoetwatertekort kan in bepaalde regio's groter worden. Het Midden-Oosten, de Sahel, Australië en Midden-Amerika kunnen hiermee te maken krijgen. In andere gebieden, zoals delen van China en de Verenigde Staten zal de hoeveelheid zoet water toenemen
-
Veranderingen in de voedselproductie. In grote delen van de wereld (Afrika, het Midden Oosten en India) zal door de toenemende droogte de landbouwproductie afnemen. In andere gebieden, zoals in Nederland, kunnen gewassen mogelijk juist harder gaan groeien doordat het natter en warmer wordt en er meer CO2 in de lucht zit
-
Bedreiging van de volksgezondheid, door tekort aan water of voedsel, en extreme temperatuurverschillen zoals hittegolven met de daarbij horende stijgingen van de sterftecijfers, en gebeurtenissen als droogtes, storm, overstromingen etc. Indirecte gevolgen zijn de uitbreiding van ziekteoverbrengers als gevolg van de veranderingen in het leefmilieu en de effecten hiervan op het aantal infecties en de verspreiding van ziektes
Volgens het rapport van de Deltacommissie moet in Nederland rekening worden gehouden met een zeespiegelstijging van 0,65 tot 1,30 meter in 2100 en van 2 tot 4 meter in 2200 (inclusief bodemdaling). Meer dan tot nu toe werd aangenomen. De commissie meent dat het verstandig is rekening te houden met mogelijke bovengrenzen, opdat besluiten en maatregelen voor lange tijd houdbaar zijn.
Klimaatverandering leidt tot afnemende zomer- en toenemende winterafvoeren van Rijn en Maas. Bij een stijgende zeespiegel dringt zout water via rivieren en grondwater verder het land in. Mede door de langere periodes van droogte komt de zoetwatervoorziening daardoor in gevaar.
Onderzoekprogramma's
Het onderzoekprogramma Klimaat voor Ruimte bestudeert de gevolgen van klimaatverandering en manieren om daarmee om te gaan, toegesneden op het ruimtegebruik, ter ondersteuning van de besluitvorming over de toekomstige inrichting van ons land. De onderzoeks-resultaten worden aangeboden aan overheden, maatschappelijke instellingen en kennisinstellingen.
Het onderzoekprogramma Kennis voor Klimaat richt zich vooral op kennis en de organisatie van kennis om Nederland 'climate proof' te maken. Daarbij heeft het programma de ambitie om de Nederlandse kwetsbaarheid om te zetten in een kans. Een kans om Nederland klimaatbestendiger te maken en dit met de bijbehorende kennis en ervaring te etaleren ter versterking van het vestigingsklimaat en de exportpositie op het gebied van klimaat- en deltatechnologie.
